aaien aanaarden aanbakken aanbelanden aanbelangen aanbellen aanbesteden aanbevelen aanbidden aanbieden aanbijten aanbinden aanblijven aanbouwen aanbraden aanbranden aanbreien aanbreken aanbrengen aandammen aandienen aandikken aandoen aandraaien aandragen aandraven aandrijven aandringen aandrukken aanduiden aandurven aanduwen aaneenhangen aaneenrijgen aaneenschrijven aaneensluiten aanfloepen aangaan aangeven aangieten aangrijpen aangroeien aanhaken aanhalen aanhangen aanhebben aanhechten aanheffen aanhollen aanhoren aanhouden aanjagen aankaarten aankijken aanklagen aanklampen aankleden aanklikken aankloppen aanknopen aankomen aankondigen aankopen aankoppelen aankrijgen aankruisen aankunnen aanladen aanlanden aanleggen aanlengen aanleren aanleunen aanleveren aanlichten aanliggen aanloggen aanlokken aanlopen aanmaken aanmanen aanmelden aanmeren aanmerken aanmeten aanmodderen aanmoedigen aanmonsteren aannemen aanpakken aanpappen aanpassen aanplakken aanplanten aanporren aanpoten aanprijzen aanraden aanraken aanranden aanreiken aanrekenen aanrennen aanrichten aanrijden aanroepen aanschaffen aanschakelen aanscherpen aanschouwen aanschrijven aanschuiven aanschurken aanslaan aanslepen aanslibben aansluiten aansnijden aanspannen aanspoelen aansporen aanspreken aanstaan aanstaren aansteken aanstellen aanstippen aanstoten aansturen aantasten aantekenen aantijgen aantikken aantonen aantreden aantreffen aantrekken aanvaarden aanvallen aanvangen aanvaren aanvatten aanvechten aanvetten aanvinken aanvliegen aanvoelen aanvoeren aanvragen aanvreten aanvriezen aanvullen aanwakkeren aanwenden aanwennen aanwerken aanwerven aanwijzen aanzeggen aanzetten aanzien aanzitten aanzoeken aanzuiveren aanzwellen aanzwengelen aarden aarzelen abdiceren abdiqueren abonneren aborteren abseilen absolveren absorberen abstraheren accelereren accentueren accepteren acclimatiseren accommoderen accorderen accrediteren accumuleren achten achterblijven achterhalen achterhouden achterlaten achterliggen achterlopen achternagaan achternalopen achternazitten achteromkijken achterophinken achteropraken achteroverdrukken achteroverleunen achteroverslaan achterovervallen achterstaan achterstellen achteruitdeinzen achteruitgaan achteruitlopen achteruitrijden achtervolgen acquireren acteren actievoeren activeren actualiseren adapteren adelen ademen ademhalen aderen aderlaten administreren adoniseren adopteren adoreren adresseren adsorberen adverteren adviseren aerobiccen afbakenen afbakken afbeelden afbellen afbestellen afbetalen afbidden afbieden afbiezen afbijten afbinden afbladderen afblaffen afblazen afblijven afblokken afboeken afbouwen afbranden afbreken afbrengen afchecken afdalen afdammen afdanken afdekken afdingen afdoen afdoppen afdragen afdraven afdreigen afdrijven afdrogen afdruipen afdrukken afdwalen afdwingen afeten afficheren affiliëren affronteren afgaan afgelasten afgeven afgieten afglijden afgooien afgrazen afhaken afhakken afhalen afhandelen afhangen afhelpen afhouden afhuren afjagen afkaarten afkalven afketsen afkeuren afkicken afkijken afkluiven afknippen afkoelen afkolven afkomen afkondigen afkopen afkorten afkrabben afkrijgen afkuisen afkunnen aflachen afladen aflakken aflaten afleggen afleiden afleren afleveren aflezen afliggen aflijnen aflopen aflossen afluisteren afmaken afmatten afmelden afmeren afmeten afmonteren afnemen afpakken afpeigeren afpellen afpersen afpitsen afprijzen afprinten afpunten afraden afraffelen afraggen afraken afreageren afregelen afreizen afrekenen afremmen africhten afrijden afroepen afromen afronden afruimen afschaffen afschakelen afschaven afscheiden afschenken afschepen afscheppen afscheren afschermen afschieten afschilferen afschrapen afschrappen afschrijven afschrikken afschrobben afschudden afschuimen afschuiven afschuren afschutten afserveren afslaan afslanken afsluiten afsnauwen afsnijden afspatten afspelden afspelen afspeuren afspoelen afsponsen afspreken afstaan afstammen afstappen afsteken afstellen afstemmen afstempelen afstevenen afstoffen afstormen afstoten afstraffen afstralen afstruinen afstuderen afsturen aftaaien aftappen aftasten aftekenen aftellen aftikken aftobben aftoetsen aftoppen aftreden aftrekken aftroeven aftroggelen afturven afvaardigen afvallen afvangen afvaren afvegen afvijlen afvinken afvissen afvlakken afvloeien afvoeren afvragen afvullen afvuren afwachten afwassen afwegen afweken afwenden afwennen afwerken afwerpen afweten afwijken afwijzen afwikkelen afwimpelen afwisselen afzagen afzakken afzeggen afzeiken afzenden afzetten afzien afzoeken afzonderen afzweren agenderen ageren aggregeren agiteren airbrushen alarmeren alfabetiseren aligneren allitereren allittereren alloceren alluderen alpineskiën alterneren ambiëren amenderen amortiseren amputeren amuseren analyseren animeren ankeren annexeren annoteren annuleren anodiseren anonimiseren antedateren antichambreren anticiperen antidateren antwoorden apenkooien appelleren appen applaudisseren appliceren appliqueren apporteren appreciëren aquajoggen aquarelleren arbeiden arceren archiveren argumenteren arrangeren arren arresteren arriveren articuleren asemen asfalteren aspireren assembleren assimileren assisteren associëren assorteren attaqueren atten attenderen attesteren auditen auditeren authenticeren automatiseren automutileren autoracen autorijden autoriseren avanceren avonturen azen babbelen babysitten backen backpacken badderen baden badineren badmintonnen bagatelliseren baggeren bakenen bakkeleien bakken balanceren balen balken ballen ballonvaren balloteren balwerpen banaliseren banen bankdrukken banken bankieren bannen barbecueën baren barreren barricaderen barsten baseballen basen baseren bashen basketballen basketten bassen baten batikken battelen batten bauwen bazelen bazen beachvolleyballen beademen beamen beangstigen beantwoorden beargumenteren beatboxen beboeten bebossen beboteren bebouwen bebroeden becijferen becommentariëren beconcurreren bedampen bedanken bedaren bedekken bedelen bedelven bedenken bederven bedienen bedingen bediscussiëren bedisselen bedoelen bedonderen bedotten bedraden bedragen bedreigen bedriegen bedrijven bedroeven bedruipen bedrukken beduiden bedwelmen bedwingen beëdigen beëindigen beeldhouwen beesten beethebben beetnemen beetpakken beffen begaan begeesteren begeleiden begeren begeven begieten beginnen beglazen begluren begraven begrazen begrenzen begrijpen begroeien begroeten begroten begunstigen behagen behalen behandelen behangen behappen behartigen beheersen behelpen behelzen beheren behoeden behoeven behoren behouden beiden beieren beijveren beïnvloeden beitelen beitsen bejagen bejegenen bejubelen bekabelen bekampen bekendmaken bekendstaan bekennen bekeren bekeuren bekijken bekijven bekisten bekken bekladden beklagen bekleden beklemtonen beklijven beklimmen beknibbelen beknotten bekokstoven bekomen bekommeren bekoren bekorten bekostigen bekrachtigen bekrassen bekritiseren bekronen bekvechten bekwamen beladen belagen belanden belangen belasten belasteren belazeren beledigen beleggen belemmeren belenen beleren beletten beletteren beleven beleveren belichamen belichten beliegen believen belijden bellen bellenblazen belonen belopen beloven belten beluisteren bemachtigen bemalen bemannen bemensen bemerken bemesten bemiddelen beminnen bemoedigen bemoeien bemoeilijken benadelen benaderen benadrukken benauwen benchmarken benemen benen benevelen bengelen benieuwen benijden benoemen bensjen benutten benuttigen beoefenen beogen beoordelen bepalen beperken beplakken beplanten bepleiten bepotelen beppen bepraten beprijzen beproeven beraadslagen beraden beramen berechten beredderen beredeneren bereiden bereiken bereizen berekenen beren bergen berichten berijden berispen beroemen beroepen beroeren berokkenen berouwen beroven berusten beschadigen beschamen beschaven bescheiden beschermen beschieten beschijten beschikken beschilderen beschimpen beschoeien beschouwen beschrijven beschuldigen beschutten beseffen beslaan beslechten beslissen besluipen besluiten besmeren besmetten besmeuren besnijden besnoeien besparen bespelen bespeuren bespieden bespioneren bespoedigen bespotten bespreken besproeien bespugen bestaan besteden bestelen bestellen bestemmen bestempelen bestendigen besterven bestieren bestijgen bestoken bestormen bestraffen bestraten bestrijden bestrijken bestrooien bestuderen bestuiven besturen betalen betamen betasten betegelen betekenen beteren betichten betijen betitelen betogen betonen betonnen betonneren betoveren betrachten betrappen betreden betreffen betrekken betreuren betrouwen betten betuigen betuttelen betwijfelen betwisten beuken beunen beuren beuzelen bevallen bevangen bevaren bevatten beveiligen bevelen beven bevestigen bevinden bevloeien bevochten bevochtigen bevolken bevoogden bevoordelen bevoorraden bevoorrechten bevorderen bevrachten bevragen bevredigen bevreemden bevriezen bevrijden bevroeden bevuilen bewaken bewandelen bewaren bewasemen bewegen bewenen beweren bewerken bewerkstelligen bewieroken bewiesen bewijzen bewolken bewonderen bewonen bewustmaken bezaaien bezanden bezatten bezeilen bezemen bezeren bezetten bezichtigen bezielen bezien bezigen bezighouden bezingen bezinken bezinnen bezitten bezoedelen bezoeken bezorgen bezuinigen bezwangeren bezwaren bezweren bezwijken bibberen bidden biechten bieden bierbrouwen bietsen biezen biggelen biggen bijbenen bijbestellen bijbetalen bijblijven bijbouwen bijbrengen bijdragen bijeenbrengen bijeendrijven bijeenhouden bijeenkomen bijeenrapen bijeenroepen bijeenzijn bijgeven bijhalen bijhangen bijhouden bijkletsen bijklussen bijknippen bijkomen bijkopen bijkrijgen bijleggen bijleren bijleveren bijlichten bijliggen bijmaken bijnemen bijpassen bijplaatsen bijpraten bijschaven bijscholen bijschrijven bijsluiten bijsnijden bijspijkeren bijspringen bijstaan bijsteken bijstellen bijsturen bijtanken bijtellen bijten bijtreden bijverdienen bijvoegen bijvullen bijwerken bijwonen bijzetten bijzitten bikkelen bikken biljarten billen billijken binden bingoën binnenblijven binnenbrengen binnendragen binnendringen binnendruppelen binnengaan binnenglippen binnenhalen binnenhouden binnenkomen binnenkrijgen binnenkruipen binnenlaten binnenleiden binnenlokken binnenloodsen binnenlopen binnenrennen binnenrijden binnenrijven binnenroepen binnenschieten binnenschrijden binnensijpelen binnenslepen binnensluipen binnensmokkelen binnenspelen binnenspringen binnenstappen binnenstormen binnenstromen binnentreden binnenvallen binnenvaren binnenwandelen binnenwippen binnenzetten bissen bitchen bitteren bivakkeren bladderen bladeren blaffen blaken blancheren blaren blasfemeren blaten blauwen blazen bleken blekken blenden blèren blesseren blèten blieven blijken blijven blikken bliksemen blinddoeken blindstaren blindvaren blinken bloeden bloeien bloemen bloemlezen bloemschikken bloezen bloggen blokken blokkeren blonderen blootgeven blootleggen blootliggen blootstaan blootstellen blowen blozen bluffen blunderen blussen blutsen boarden bobben bobsleeën bodybuilden boeien boeken boekhouden boekstaven boelen boenen boeren boeten boetseren boffen bogen bokken boksen bokspringen bollen bolwerken bombarderen bomen bommen bonjouren bonken bonzen boodschappen boogschieten bookmarken boomen boorden booten bootsen borduren boren borgen borrelen borstelen bossen boten boteren botoxen botsen bottelen botten botvieren bouncen bouwen bovendrijven bovenhalen bovenkomen bowlen boycotten brabbelen braden brainstormen brainwashen braken branden brandmerken brandstichten brassen breakdancen breakdansen breeuwen breien breken brengen brevetteren bricoleren bridgen briefen briesen brillen broeden broeien brokken brommen bronzen brossen brouilleren brouwen browsen bruinen bruisen brullen brunchen brushen bruuskeren budgetteren buien buigen buikspreken builen buitengaan buitenkomen buitensluiten buitensmijten buitenstaan buitenzetten buitmaken buizen bukken bulken bulldozeren bumperkleven bundelen bungeejumpen bungelen buren burlen bussen buten butsen buurten buzzen cachen calculeren calqueren camoufleren cancelen canoniseren canvassen capitonneren capituleren capteren carbidschieten carpoolen carven cashen casten castreren catalogeren catalogiseren categoriseren cateren cederen celebreren cementen cementeren censureren centeren centraliseren centreren centrifugeren certificeren chambreren chanteren chargen chargeren charmeren charteren chatten chaufferen checken chicaneren chillen chinezen chippen choken choqueren choreograferen chronometreren cijferen circuleren cirkelen ciseleren citeren claimen clashen classificeren claxonneren clusteren coachen coaten cocoonen coderen codificeren coifferen coïteren collaboreren collationeren collecteren collectioneren collideren colloqueren colporteren combineren commanderen commentariëren commercialiseren committeren communiceren compenseren competeren complementeren completeren compliceren complimenteren complotteren componeren composteren comprimeren compromitteren computeren concentreren conceptualiseren concerteren concipiëren concluderen concretiseren concurreren condenseren conditioneren condoleren configureren confirmeren confisqueren conflicteren conformeren confronteren consenteren conserveren consolideren constateren constitueren construeren consulteren consumeren contacten contacteren contamineren contesteren continueren contracteren contrasigneren contrasteren contribueren controleren conveniëren convergeren converseren converteren convoceren coöpereren coöpteren coördineren correleren corresponderen corrigeren corroderen corrumperen counselen counteren coupen couperen coveren crashen crawlen crediteren creëren cremeren creperen cricketen croonen crosscountryskiën crossen crowdsurfen cruisen culmineren culpabiliseren cultiveren cumuleren cureren curetteren customizen cyberpesten dabben dagdromen dagen dagvaarden dalen dammen dampen danken dankzeggen dansen darren dartelen darten daten dateren dauwen daveren dazen deactiveren dealen debatteren debiteren deblokkeren debriefen debuggen debuteren decanteren dechargeren decideren decimeren declameren declareren declasseren decoderen decoreren deduceren deelhebben deelnemen defibrilleren defileren definiëren deformeren defungeren degenereren deglaceren degraderen degusteren dehydrateren dehydreren deinen deinzen dekken delegeren delen delgen delibereren delokaliseren deltavliegen delven demarreren dementeren demoniseren demonstreren demonteren demotiveren dempen denderen denigreren denken depanneren deponeren deppen deprimeren deren derogeren derven desavoueren desemen deserteren designen desinfecteren desinvesteren desoriënteren destilleren detacheren detailleren detecteren determineren detoxen deugen deuken devalueren deviëren diaboliseren diagnosticeren dialogeren dialyseren dichtdoen dichtdraaien dichten dichtgaan dichtgooien dichthouden dichtklappen dichtknijpen dichtknopen dichtmaken dichtplakken dichtrijden dichtritsen dichtslaan dichtslibben dichttimmeren dichttrekken dichtvallen dichtvouwen dichtzetten dichtzitten dicteren dieken dienen dienstdoen diepen diepvriezen diepzeeduiken diëten dieven diffameren differentiëren diffunderen digitaliseren dijen dijken dikken dimensioneren dimmen dineren dingen dippen dirigeren disciplineren disconteren discrediteren discrimineren discussiëren discuswerpen discuteren disfunctioneren diskwalificeren dissen dissociëren distantiëren distilleren distribueren divergeren diversificeren diversifiëren djorken dobbelen dobberen doceren doctoreren documenteren doden doedelen doelen doelpunten doemdenken doemen doen doezelen dokken dokteren dolen doleren dollariseren dollen domen domesticeren domiciliëren domineren dominoën dompelen dompen donderen doneren donkeren doodbijten doodbloeden doodergeren doodgaan doodgooien doodlopen doodmaken doodrijden doodschamen doodschieten doodschrikken doodslaan doodsteken doodvallen doodverklaren doodverven doodwerken doodzwijgen dooien doorbelasten doorberekenen doorbijten doorbladeren doorbomen doorboren doorbreken doorbrengen doorbrieven doordenken doordoen doordraven doordrenken doordrijven doordringen doordrukken dooreenlopen dooreenschudden dooreten doorgaan doorgeleiden doorgeven doorgroeien doorgronden doorhakken doorhalen doorhebben doorkijken doorklieven doorklikken doorklinken doorknippen doorkomen doorkrassen doorkrijgen doorkruisen doorladen doorlaten doorleiden doorleven doorlezen doorlichten doorlopen doormailen doormaken doornemen doorontwikkelen doorpakken doorploegen doorpluizen doorpraten doorprikken doorreizen doorrekenen doorrennen doorrijden doorroeren doorschakelen doorschuiven doorsijpelen doorslaan doorslikken doorsluizen doorsnijden doorspekken doorspelen doorspitten doorspoelen doorspreken doorstaan doorsteken doorstorten doorstoten doorstrepen doorstromen doorsturen doortrekken doorverbinden doorverkopen doorvertalen doorvertellen doorverwijzen doorvoeren doorvragen doorwaden doorwaken doorwegen doorweken doorwerken doorweven doorworstelen doorzenden doorzetten doorzien doorzoeken dopen doppen dorren dorsen dorsten doseren dossen doteren dotteren doubleren douchen douwen doven downgraden downloaden downsizen dozeren draaien dragen draineren dralen drammen draperen draven dreggen dreigen dreinen drenken drenzen dresseren dretsen dreunen dribbelen driegen driften drijven drillen dringen drinken droedelen drogen drogeren dromen drommen droogdeppen drooghouden droogmaken droogstaan droogvallen droppen drossen druipen druisen drukken drummen druppelen druppen dubbelchecken dubbelen dubbelklappen dubbelklikken dubbelvouwen dubben duchten duelleren duiden duiken duimen duimendraaien dulden dumpen dunken dunnen duperen dupliceren duren durven dutten duvelen duwen dwalen dwarrelen dwarsbomen dwarsliggen dwarszitten dweilen dwepen dwingen dynamiseren ebben ecarteren echelonneren echoën echten editen eerbiedigen eesten effectueren effenen egaliseren eggen eigenen einden eindigen eisen elektrificeren elektriseren elektrocuteren elimineren emailleren emanciperen embarkeren emigreren emitteren emmeren emotioneren empoweren emuleren encanailleren encrypteren endosseren enerveren engageren enquêteren ensceneren entameren enten enteren entertainen enthousiasmeren epateren epibreren epileren equiperen erbarmen eren ergeren erkennen eroderen eruitzien ervaren erven escaleren escorteren etaleren eten etiketteren etsen etteren euthanaseren evacueren evalueren evenaren evoceren evolueren evoqueren examineren excelleren excerperen exciteren excommuniceren excuseren executeren exerceren existeren expanderen experimenteren expireren expliceren expliciteren expliqueren exploderen exploiteren exploreren exporteren exposeren externaliseren extraheren extrapoleren extruderen fabriceren fabrieken fabrikeren fabuleren facebooken faceliften faciliteren factureren failleren faken falen falsificeren falsifiëren fantaseren fascineren faseren fatsoeneren faxen feesten feestvieren feilen feliciteren felsen fermenteren fêteren fezelen fiatteren fiedelen fielden fierljeppen fietsen figuurzagen fijnhakken fijnknijpen fijnmalen fijnsnijden fiksen fileren filerijden filibusteren filmen filosoferen filteren filtreren finaliseren financieren finetunen fingeren fitnessen fitten fixen fixeren fladderen flakkeren flamberen flaneren flankeren flansen flashen flatteren flauwvallen flemen flensen fleren flessen flexen flierefluiten flikflooien flikken flikkeren flippen flirten flitsen flitten flodderen floepen flonkeren floppen floreren flossen fluctueren fluimen fluisteren fluiten fluoresceren fluorideren flyeren fnuiken focussen focusseren foefelen foerageren foeteren foezelen föhnen fokken folderen folteren fonduen fonkelen foppen forceren forensen forenzen formaliseren formatteren formeren formuleren forwarden fossiliseren fotofucken fotograferen fotokopiëren fotoshoppen fotozetten fouilleren fourneren foutparkeren franchisen frankeren frapperen frauderen frazelen freaken freelancen freestylen freewheelen frequenteren fretten frezen friemelen frijnen frisbeeën frituren fröbelen frommelen fronsen frotten frotteren fruiten frunniken frustreren fucken fuiven fulmineren functioneren funderen fungeren funshoppen fuseren fusilleren fusioneren futselen gaan gaarkoken gadeslaan gakken gallen galmen galopperen galvaniseren gamen gansrijden ganzenborden gapen gappen garanderen garen garneren gaslaan gassen gaufreren gebaren gebeuren gebieden gebruiken gebruikmaken gedachtelezen gedenken gedijen gedogen gedragen geeuwen geheimhouden gehoorzamen geien geilen geinen geiten gekken gekscheren gelasten gelden geleiden gelen gelieven gelijken gelijklopen gelijkmaken gelijkschakelen gelijkspelen gelijkstaan gelijkstellen gelijktrekken gelijkzetten geloven gelukken gelukwensen genaken generaliseren generen genereren genezen genieten genoegen geraken gereedkomen gereedmaken gereedstaan geren gerieven geruststellen geschieden geselen gespen gesticuleren getroosten getuigen geuren gevallen gevangennemen gevangenzetten gevangenzitten geven gevoelen gewaarworden gewagen gewennen gewichtheffen geworden gidsen giechelen gieren gieten gijpen gijzelen gillen ginnegappen gipsen gispen gissen gisten gladden gladmaken gladstrijken glanzen glazuren glijden glimlachen glimmen glinsteren glippen glitteren globaliseren gloeien glooien gloren gloriëren gluren gniffelen gnuiven goeddoen goeddunken goedkeuren goedmaken goedpraten goedvinden gokken golfen golven gommen gonzen goochelen googelen gooien gorden gorgelen gourmetten graaien grabbelen grappen grasduinen grasmaaien gratineren grauwen graven graveren grazen greinen grenzen grienen grieven griffen grijnzen grijpen grijzen grillen grilleren grimassen grimeren grimmen grinden grinniken grinten grissen groeien groenen groepen groeperen groeten groeven grollen grommen gronden grondvesten grootbrengen grossieren gruizen gruwelen gruwen gummen gunnen gutsen gymmen haaien haasten haatzaaien hacken hagelen hagen haken hakken hakketakken hakselen halen hallucineren halveren halzen hameren hamerslingeren hamsteren handboeien handeldrijven handelen handen handhaven handtekenen hangen hannesen hanteren haperen happen harden hardlopen hardmaken hardrijden haren harken harmoniëren harmoniseren harpen harsen hartenjagen haspelen haten havenen headbangen headhunten hebben hechten hedgen heengaan heenlopen heenzenden heersen heffen heien heiligen hekelen heksen helen hellen helpen hemmen hengsten heractiveren herademen herbeginnen herbekijken herbeleven herbenoemen herberekenen herbergen herbevestigen herbouwen herbronnen herdefiniëren herdenken herdoen herdrukken herenigen herevalueren herfinancieren herformuleren hergebruiken hergroeperen herhalen herhuisvesten herijken herindelen herinneren herinrichten herinstalleren herinterpreteren herintreden herintroduceren herinvesteren herinvoeren herkansen herkauwen herkennen herkiezen herkwalificeren herladen herleiden herleven herlezen hernemen hernieuwen hernoemen hernummeren herontdekken heropbouwen heropenen heropleven heropstarten heropvoeden herorganiseren heroriënteren heroveren heroverwegen herpakken herplaatsen herplanten herpositioneren herprogrammeren herrekenen herrijzen herroepen herscheppen herschikken herschrijven hersenspoelen herstarten herstellen herstraten herstructureren hertalen hertekenen hertellen hertrouwen heruitvinden hervallen hervatten herverdelen herverkiezen hervinden hervormen hervullen herwaarderen herwerken herwinnen herzien heten heugen heulen hielen hieuwen highlighten hijgen hijsen hikken hinderen hineininterpretieren hinkelen hinken hinniken hinten hippen hitten hobbelen hobbyen hockeyen hoeden hoeken hoeren hoesten hoeven hogen hokjesdenken hokken holen hollen homogeniseren honen hongeren hongerlijden honken honoreren hoofdschudden hoogachten hooghouden hoogspringen hooien hopen hoppen hopsen hordelopen horden horen horten hosselen hossen hosten hotsen hotten houden housen houthakken houtsnijden houwen hoveren hozen huichelen huilen huishouden huisvesten huiven huiveren huizen hukken huldigen hullen hummen hunkeren huppelen huppen hupsen huren hurken husselen hutselen huwen hydrateren hypen hypnotiseren hypothekeren iaën idealiseren identificeren ignoreren ijken ijlen ijsberen ijsdansen ijshockeyen ijsracen ijveren ijzelen ijzen illumineren illustreren imiteren imkeren immigreren immobiliseren implanteren implementeren impliceren imponeren importeren impregneren improviseren inactiveren inademen inaugureren inbedden inbeelden inbellen inbinden inblazen inboeken inboeten inboezemen inbouwen inbranden inbreien inbreken inbrengen inburgeren incalculeren incasseren inchecken includeren incorporeren incuberen indalen indampen indekken indelen indenken indeuken indexeren indiceren indienen indijken indikken indoctrineren indommelen indraaien indringen indruisen indrukken induceren induffelen induwen ineenduiken ineenkrimpen ineenslaan ineenstorten ineenzakken inenten infecteren infiltreren informeren ingaan ingeven ingieten inglijden ingooien ingrijpen inhaken inhakken inhalen inhaleren inhouden inhuldigen inhuren initialiseren initiëren injecteren inkaderen inkakken inkalven inkepen inkerven inkijken inkleden inkleuren inkomen inkopen inkoppen inkorten inkrimpen inkten inladen inlassen inlaten inleggen inleiden inlenen inleren inleven inleveren inlezen inlichten inlijsten inlijven inlineskaten inloggen inlopen inlossen inloten inluiden inmaken inmasseren inmeten inmetselen innaaien innemen innen innoveren inoefenen inpakken inparkeren inpassen inpeperen inperken inpikken inplannen inplanten inpluggen inprenten inregelen inrichten inrijden inroepen inroosteren inruilen inscannen inschakelen inschatten inschenken inschepen inschieten inschrijven inseinen insijpelen insinueren insisteren inslaan inslapen inslikken insluipen insluiten insmeren insneeuwen inspannen inspecteren inspelen inspireren inspreken inspringen inspuiten instaan installeren instappen insteken instellen instemmen institutionaliseren instoppen instorten instrijken instromen instrueren instuderen insturen intapen integreren intekenen intensifiëren intensiveren interacteren interageren intercepteren interen interesseren interfereren internaliseren interneren internetbankieren internetten interpelleren interpoleren interpreteren interrumperen interveniëren interviewen intikken intimideren intoetsen intomen intoneren intrappen intreden intrekken intrigeren introduceren intypen invallen invaren inventariseren investeren invetten inviteren invliegen invoegen invoelen invoeren involveren invorderen invriezen invullen inwachten inwerken inweven inwijden inwilligen inwinnen inwisselen inwonen inwrijven inzaaien inzagen inzakken inzamelen inzenden inzepen inzetten inzien inzitten inzoomen inzuigen inzweren ioniseren irrigeren irriteren isoleren itereren jachten jagen jaknikken jammen jammeren janken japen jassen jatten jengelen jennen jeremiëren jetskiën jeuken jijen jobben jobhoppen jodelen joelen joepen joggen jojoën jokeren jokken jollen jonassen jongen jongleren jouen jouwen joyriden jubelen jubileren judassen judoën juichen jumpen jureren justeren jutten kaaien kaalknippen kaalscheren kaalvreten kaarden kaarten kaartleggen kaartlezen kaartspelen kaasmaken kaatsen kabbelen kaderen kadreren kaften kajakken kakelen kaken kakken kalefateren kalen kalfateren kalibreren kalken kallen kalligraferen kalmeren kalven kalveren kamen kammen kampen kamperen kanaliseren kandideren kanen kankeren kannibaliseren kanoën kanovaren kantelen kanten kantklossen kapen kapitaliseren kapittelen kapotbijten kapotgaan kapotmaken kapotslaan kapotvriezen kappen kapseizen karakteriseren karamelliseren karaoken karikaturiseren karnen karren karten karteren karweien kasseien kassen kastijden katalyseren katapulteren katheteriseren katten kauwen kazen kazerneren keepen keffen keggen keilen kelderen kelen kenen kenmerken kennen kennismaken kennisnemen kenschetsen kepen keperen keren kerken kermen kerven ketsen keuen keuren keuvelen kezen kibbelen kickboksen kicken kidnappen kieken kielhalen kiemen kienen kiepen kieperen kieren kietelen kiezen kiften kijken kijven kikken kikkeren killen kimmen kirren kissebissen kissen kisten kitesurfen kittelen kitten klaarkomen klaarleggen klaarliggen klaarmaken klaarspelen klaarstaan klaarstomen klaarzetten klaarzitten kladden kladderen klagen klampen klappen klappertanden klaren klasseren klateren klauteren klauwen klaverjassen kledderen kleden kleien kleineren kleinkrijgen klemmen klemrijden klemzetten kletsen kletteren kleumen kleuren kleven klieken klieren klieven klikken klikklakken klimmen klinken klissen klitten klokken klokkijken klonen kloneren klooien klootschieten kloppen klossen kloten klotsen kloven kluisteren kluiven kluizen klunen klunzen klussen klutsen knabbelen knagen knakken knallen knappen knarsen knarsetanden knauwen knechten kneden knellen knerpen kneuzen knielen kniezen knijpen knikkebollen knikken knikkeren knipogen knippen knipperen knisperen knoeien knokken knopen knoppen knorren knuffelen knutselen koeioneren koekeloeren koeken koelen koeren koersen koesteren koffiedrinken koffiezetten kogelstoten koken koketteren kokhalzen kokkelen kokkerellen kollen koloniseren kolven komen konfijten konkelfoezen kooien kopen koperen kopiëren kopjeduikelen koppelen koppen korren korsten korten kortsluiten kortstaarten kortwieken korven kosten koten koteren kotsen koukleumen kouten kouvatten kozen kraaien krabbelen krabben krakelen kraken krakken kralen kramen krammen krampen kransen krasselen krassen krauwen krengen krenken krenten kreppen kreuken kreunen kribbelen kriebelen krieken krijgen krijsen krijten krikken krimpen krioelen krissen kristalliseren kritiseren kroelen kroezen krommen kromtrekken kronen kroppen kruiden kruien kruipen kruisen kruisigen krukken krullen kuchen kuieren kuilen kuisen kuiven kukelen kullen kunnen kunstrijden kuren kurken kussen kwaadspreken kwaken kwakken kwalificeren kwantificeren kwartetten kweken kwekken kwelen kwellen kwetsen kwetteren kwijlen kwijnen kwijten kwijtmaken kwijtraken kwijtschelden kwijtspelen kwispelen kwispelstaarten kwissen kwiteren laagvliegen laaien labelen lachen ladderen laden laken lakken lallen lambriseren lamelleren lamineren lamleggen lammeren lanceren landen langen langetermijndenken langetermijnsparen langlaufen langsfietsen langsgaan langskomen langslopen langsrijden lanterfanten lappen larderen lasergamen lassen lasteren lastigvallen laten latten lauweren laven laveren lazeren leasen lebberen ledigen leegdrinken leegeten leeghalen leeglopen leegmaken leegpompen leegroven leegruimen leegstaan legaliseren legen legeren leggen legitimeren legoën leiden leidinggeven lekken lekprikken lekrijden leksteken lemen lenen lengen lenigen lenzen leppen leren lesgeven lessen letten letteren leunen leuren levelen leven leveren lezen lichten liefhebben liefhebberen liefkozen liegen liëren liften liggen lijden lijken lijmen lijnen lijsten liken likkebaarden likken limiteren liniëren linken liplezen lippen liquideren lobbyen locken loden loeien loenen loensen loeren loeven logen logenstraffen logeren loggen lokaliseren lokken lonen lonken loochenen loodsen looien lopen lorren losbarsten losbreken losdraaien losgaan loshangen loskomen loskoppelen loskrijgen loslaten loslopen losmaken losraken lossen losslaan losstaan lostrekken losweken loswrikken loszitten loten loungen louteren loven lozen lubben lubberen luchten luiden luien luieren luieriken luiken luimen luisteren luistervinken luiwammesen luizen lukken lullen lunchen lunzen lurken lusten luwen lynchen maaien machtigen macrameeën maffen mailen makelen maken malen mallen maltraiteren managen mandateren manen manicuren manifesteren manipuleren manken mankeren mannen manoeuvreren mappen maquilleren marchanderen marcheren maren marineren markeren marketen markten marmeren martelen maskeren massacreren masseren masten masteren mastieken masturberen matchen materialiseren matigen matsen matten matteren mauwen maximaliseren maximeren mazelen mazen mazzelen meanderen medebrengen mededelen mededingen medeleven medeondertekenen medewerken mediteren meebakken meebeleven meebepalen meebeslissen meebetalen meebewegen meebidden meeblèren meebouwen meebrengen meedeinen meedelen meedenken meedingen meediscussiëren meedoen meedraaien meedragen meefeesten meefietsen meefinancieren meegaan meegenieten meegeven meegraaien meegroeien meehebben meehelpen meekijken meekomen meekrijgen meekunnen meelachen meeleven meeleveren meelezen meeliften meelijden meelopen meeluisteren meemaken meenemen meeneuriën meeondertekenen meepikken meepraten meeprofiteren meerderen meereizen meerekenen meerijden meeschrijven meesjouwen meeslepen meesleuren meesmuilen meespelen meestappen meesteren meestrijden meesturen meetekenen meetellen meetorsen meetrainen meetronen meevallen meevaren meevechten meeverhuizen meevieren meevoelen meevoeren meevragen meewegen meewerken meewillen meezenden meezeulen meezingen meezitten mekken mekkeren melden melen mêleren melken memoreren memoriseren mendelen menen meneren mengelen mengen meniën mennen meppen meren merken mesten metalliseren metamorfoseren meten metselen metsen meubelen meubileren meuken meuren mevrouwen miauwen microfilmen middagmalen middelen midgetgolfen miegelen miepen mieren mierenneuken miezelen miezeren migreren mijden mijmeren mijnen mijten mikken milderen millimeteren mimen minachten minderen minimaliseren minnekozen minnen misbruiken misdoen misdragen misdrijven misgaan misgunnen mishandelen miskennen misleiden mislopen mislukken misnoegen mispeuteren misprijzen misrekenen misschieten missen misslaan misstaan misstappen misten misverstaan mitigeren mixen mobiliseren modderen modelleren modereren moderniseren modificeren moduleren moeien moeren moeten mogen mokken molesteren mollen mompelen monden monitoren monkelen monopoliën monopolyen monsteren monteren montignaccen moonen moorden moppen mopperen morrelen morren morsen motiveren motorcrossen motorrijden motregenen motten mountainbiken mouten moven moveren muggenziften muilkorven muiten muizen mulchen multipliceren multitasken mummificeren munten murmelen musiceren muteren muurklimmen naaien naasten nabauwen nabellen nabespreken nablijven nabootsen nabouwen nachecken nadenken naderen nadoen nagaan nagelbijten nagelen nagenieten nahouden najagen naken nakijken nakomen nalaten naleven naleveren nalezen nalopen namaken nameten napluizen napraten narekenen narren nasjen naslaan nassen nastreven nasturen natellen natmaken natrappen natregenen natrekken natten naturen navertellen navigeren navolgen navragen nawuiven nazeggen nazenden nazetten nazien nazinderen nazoeken neerbuigen neerdalen neergaan neerhalen neerkijken neerkomen neerleggen neerpennen neerplanten neerploffen neerpoten neerschieten neerschrijven neerslaan neersteken neerstorten neerstrijken neervallen neervlijen neerzetten neerzijgen neerzitten negeren negotiëren neigen nekken nemen neppen nerven nestelen netelen netten netwerken neuken neuriën neutraliseren neuzen nevelen niesen nieten niezen nijgen nijpen nikken niksen nippen nivelleren noden nodigen noemen nokken nomineren noodzaken nopen noppen normaliseren normeren noteren notificeren notuleren nuanceren nummeren nutten nuttigen objectiveren obsederen observeren occuperen octrooieren oculeren oefenen offeren officialiseren officiëren offreren ogen ohaën oliën omarmen ombinden omboeken ombouwen ombuigen omcirkelen omdoen omdolen omdopen omdraaien omduwen omdwalen omfloersen omgaan omgeven omgooien omgorden omhakken omheinen omhelzen omhoogduwen omhooggaan omhooghalen omhooghouden omhoogkijken omhoogkomen omhooglopen omhoogschieten omhoogsteken omhoogtrekken omhullen omkaderen omkatten omkeren omkiepen omkijken omkleden omkomen omkransen omlaaggaan omlaaghalen omleggen omleiden omlijsten omlopen ommuren omreizen omrekenen omrijden omringen omroepen omruilen omschakelen omschrijven omsingelen omslaan omsluiten omsmelten omspitten omspringen omstoten omtollen omtoveren omturnen omvallen omvatten omverblazen omvergooien omverlopen omverrijden omvertrekken omvervallen omverwerpen omvormen omwinden omwisselen omwoelen omzeilen omzetten omzomen onaneren onderbouwen onderbreken onderbrengen onderdekken onderdoen onderdompelen onderdrukken onderduiken ondergaan ondergraven onderhandelen onderhouden onderkennen onderlijnen ondermijnen ondernemen onderpresteren onderrichten onderschatten onderscheiden onderscheppen onderschrijden onderschrijven ondersneeuwen onderstaan onderstellen ondersteunen onderstrepen ondertekenen ondertitelen onderuitgaan onderuithalen onderuitzakken ondervangen onderverdelen onderverhuren ondervinden ondervragen onderwaarderen onderwerpen onderwijzen onderzetten onderzoeken ontaarden ontberen ontbieden ontbijten ontbinden ontbloten ontbolsteren ontbossen ontbranden ontbreken ontcijferen ontdekken ontdoen ontdooien ontdubbelen ontduiken onteigenen onteren onterven ontfermen ontfutselen ontgaan ontgelden ontgiften ontginnen ontglippen ontgoochelen ontgraven onthaasten onthalen ontharden ontharen ontheffen onthoofden onthouden onthullen onthutsen ontkennen ontketenen ontkiemen ontkleden ontknopen ontkomen ontkoppelen ontkrachten ontkroezen ontkurken ontladen ontlasten ontlaten ontleden ontlenen ontlokken ontlopen ontluiken ontluisteren ontluizen ontmaagden ontmaken ontmannen ontmantelen ontmaskeren ontmijnen ontmoedigen ontmoeten ontnemen ontpitten ontploffen ontplooien ontpoppen ontraadselen ontraden ontrafelen ontrieven ontroeren ontruimen ontsieren ontslaan ontsleutelen ontsluiten ontsmetten ontsnappen ontspannen ontspinnen ontsporen ontspringen ontspruiten ontstaan ontsteken ontstelen ontstellen ontstemmen ontstijgen ontstoffen ontstressen onttrekken ontvangen ontvetten ontvlechten ontvluchten ontvoeren ontvouwen ontvreemden ontvriezen ontwaken ontwapenen ontwaren ontwarren ontwateren ontwennen ontwerpen ontwijden ontwijken ontwikkelen ontwormen ontwortelen ontwrichten ontzeggen ontzetten ontzien ontzilten ontzorgen ontzouten ontzwellen onweren oogsten oordelen oormerken opbaren opbellen opbergen opbeuren opbiechten opbieden opblazen opblijven opblinken opbloeien opboenen opboksen opborrelen opbouwen opbranden opbreken opbrengen opdagen opdekken opdelen opdelven opdienen opdiepen opdissen opdoeken opdoemen opdoen opdoffen opdonderen opdraaien opdragen opdraven opdreggen opdreunen opdrijven opdringen opdrinken opduikelen opduiken opdweilen opeenvolgen opeisen openbaren openblijven openbloeien openbreken opendoen opendraaien openduwen openen opengaan opengooien openhouden openklappen openkrabben openlaten openliggen openmaken openrijten openritsen openscheuren openschuiven openslaan opensnijden opensperren opensplijten openstaan openstellen opentrappen opentrekken openvallen openvliegen openvouwen openzetten openzwaaien operationaliseren opereren opeten opfleuren opfokken opfrissen opgaan opgebruiken opgeven opgraven opgroeien ophalen ophangen ophebben opheffen ophelderen ophijsen ophitsen ophogen ophopen ophouden opiniëren opjagen opkalefateren opkalfateren opkijken opklaren opklimmen opknappen opkomen opkopen opkrikken opkroppen opkuisen oplaaien opladen oplaten opleggen opleiden opletten opleuken opleven opleveren oplezen oplichten oplijsten oplopen oplossen opluchten opluisteren opmaken opmerken opmeten opnemen opnoemen opofferen oppakken oppassen oppeppen opperen oppeuzelen oppikken opplakken opplooien oppoetsen oppompen oprakelen opraken oprapen oprekken oprennen oprichten oprijzen oproepen opruien opruimen opschalen opschepen opscheppen opschieten opschonen opschorten opschrijven opschrikken opschroeven opschuiven opsieren opslaan opslorpen opsluiten opslurpen opsmukken opsnorren opsnuiven opsommen opsouperen opspannen opsparen opspelden opspelen opspeuren opsplitsen opsporen opspringen opspuiten opstaan opstapelen opstappen opstarten opsteken opstellen opstijgen opstijven opstoken opstormen opstrijken opstropen opsturen optekenen optellen opteren optillen optimaliseren optreden optrekken optrommelen optuigen opvallen opvangen opvatten opveren opvijzelen opvissen opvoeden opvoeren opvolgen opvouwen opvragen opvreten opvriezen opvrolijken opvullen opwaaien opwaarderen opwachten opwarmen opwassen opwegen opwekken opwerpen opwinden opzadelen opzeggen opzenden opzetten opzien opzijleggen opzijschuiven opzijzetten opzitten opzoeken opzuigen opzwellen opzwepen ordenen oreren organiseren oriënteren orkestreren oscilleren outilleren outsourcen ouwehoeren overbeladen overbelasten overbelichten overblijven overbluffen overboeken overbrengen overbrieven overbruggen overdekken overdenken overdoen overdonderen overdragen overdrijven overeenkomen overeenstemmen overerven overeten overgaan overgeven overgieten overhaasten overhalen overhandigen overhebben overheersen overhellen overhevelen overhoophalen overhoopliggen overhoren overhouden overklassen overkoepelen overkomen overkopen overladen overlappen overlaten overleggen overleven overleveren overlezen overliggen overlijden overlopen overmaken overmannen overmeesteren overnachten overnemen overpeinzen overplaatsen overreageren overreden overrijden overroepen overrompelen overrulen overschaduwen overschakelen overschatten overschieten overschilderen overschouwen overschrijden overschrijven overslaan overslapen oversluiten oversnijden overspannen overspoelen overspuiten overstappen oversteken overstelpen overstijgen overstromen overtreden overtreffen overtrekken overtroeven overtuigen overtypen overvallen overvaren oververhitten overvliegen overvragen overwaaien overwegen overweldigen overwerken overwinnen overwinteren overwoekeren overzenden overzetten overzien overzitten overzwemmen ovuleren oxideren paaien paaldansen paardjerijden paardrijden pacen pachten pacteren paffen pagaaien paintballen pakken palaveren palen paletten palmen pamperen panden paneren panikeren papegaaien pappen parachutespringen paraderen paraferen parafraseren paragliden parelen paren pareren parfumeren parkeren parodiëren parsen participeren partyen passagieren passen passeren pasteuriseren patchen patenteren patineren patrouilleren pauken pauzeren peddelen pedicuren peilen peinzen pekken pelen pelgrimeren pellen penaliseren pendelen penetreren pennen penselen pensioneren percipiëren peren perfectioneren perforeren performen perken permanenten permitteren persen persisteren personaliseren personifiëren pesten petanquen peuren peuteren peuzelen pezen pianospelen picknicken pieken piekeren pielen piemelen piepelen piepen piercen pieren piesen pijnen pijnigen pijpen pijproken pikeren piketten pikken pillen pimpampetten pimpen pinaren pingen pingpongen pinken pinnen pionieren pipetteren pissen pitchen pitsen pitten pivoteren plaatsen plaatsgrijpen plaatshebben plaatsmaken plaatsnemen plaatsvinden placeren plafonneren plagen plaggen plagiëren plakken plamuren plannen planten plassen plastificeren platdrukken platleggen platliggen platlopen platten platwalsen plaveien playbacken plegen pleisteren pleiten plekken plengen plenzen pletsen pletten pleuren plezieren ploegen ploeteren ploffen plonzen plooien plotten pluggen pluizen plukken plunderen pochen pocheren poeieren poepen poeren poetsen poffen pogen pogoën poken pokken polariseren poleren polieren polijsten politiseren politoeren poloën polsen polsstokhoogspringen polsstokspringen polychromeren pompen poneren ponsen poolen pootjebaden popelen porren porteren portretteren poseren positioneren posten posteren postuleren postvatten poten potloden potten pottenbakken pozen prakken prakkiseren praktiseren pralen pramen prangen praten pratikeren preciseren predestineren prediken prefabriceren prefereren prefigeren preken prenten prepareren presenteren preserveren pressen presseren presteren pretenderen prevaleren prevelen priemen prijken prijsgeven prijzen prikkelen prikken primeren printen prioriteren privatiseren privilegiëren proberen problematiseren procederen processen producen produceren proefdraaien proefrijden proefvaren proesten proeven professen professionaliseren profeteren profileren profiteren prognosticeren programmeren projecteren prolongeren promoten promoveren pronken pronostikeren proosten propaganderen propageren proppen prospecteren protesteren protocolleren provoceren pruilen prutsen pruttelen puberen publiceren puffen puilen puinruimen pulken pulsen pulseren punniken punten punteren puntlassen puren pureren pushen pussen putten puzzelen quadrilleren queruleren queueën quizzen quoten quoteren quotiseren raadplegen raaien raaskallen racen racletten raden raderen rafelen raffelen raften ragen raggen raken raketten ramen rammelen rammen ramsjen randen rangschikken ranken rapen rappelleren rappen rapporteren raspen ratelen ratificeren rationaliseren ratten rauwdouwen rauzen ravotten razen reactiveren reageren realiseren reanimeren rebbelen rebelleren rebooten recapituleren recenseren rechercheren rechtbreien rechten rechthouden rechtspreken rechtstaan rechttrekken rechtvaardigen rechtzetten rechtzitten recidiveren reciteren reclameren reclasseren reconstrueren recreëren rectificeren recupereren recyclen recycleren redden redderen reden redeneren redetwisten redigeren reduceren reeuwen refereren reflecteren regarderen regelen regenen regenereren regeren regisseren registeren registreren regulariseren reguleren rehabiliteren reien reiken reikhalzen reilen reïncarneren reinigen reizen rekenen rekken rekruteren rekwireren relateren relativeren relaxen releasen rellen remediëren remixen remmen remunereren renderen rennen renoveren rentabiliseren renten reorganiseren repareren repatriëren repelen repen repeteren repliceren replyen reppen representeren reproduceren researchen reserveren resetten resideren resocialiseren resoneren respecteren responderen responsabiliseren ressorteren restaureren resten resteren restitueren restylen resulteren resumeren retoucheren retourneren revalideren revalueren revancheren reveleren reven reviewen reviseren revitaliseren revolutioneren ribben richten ridiculiseren rieken riemen rijden rijgen rijmen rijpen rijten rijven rijzen rikken rillen rimpelen ringeloren ringen rinkelen riposteren rippen risken riskeren rissen risten ritmeren ritsen ritten rivaliseren robben rochelen rocken roddelen rodelen roderen roeien roekoeën roemen roepen roerbakken roeren roesten roeten roetsjen roezen roffelen roken rokken rollebollen rollen rolschaatsen romaniseren romantiseren romen rommelen rondbazuinen rondbellen rondbrengen rondcrossen ronddelen ronddolen ronddollen ronddraaien ronddwalen ronden rondgaan rondhangen rondkijken rondkomen rondkuieren rondleiden rondlopen rondmaken rondneuzen rondreizen rondrennen rondrijden rondslingeren rondsnuffelen rondstruinen rondsturen rondtoeren rondtollen rondtrekken rondvaren rondvliegen rondvragen rondwaren rondzwerven ronken ronselen röntgenen rooien roosten roosteren rossen roten roteren rotten rouleren routeren rouwen roven royeren rubriceren ruften rugbyen ruggensteunen ruiken ruilen ruimen ruïneren ruisen ruiten ruiven rukken rummikuppen runnen rusten ruwen ruziemaken ruziën sabbelen saboteren salderen samenballen samenbinden samenblijven samenbrengen samenbundelen samendoen samendrijven samendrommen samenflansen samengaan samenhangen samenhouden samenknijpen samenkomen samenleven samennemen samenpakken samenroepen samensmelten samenspannen samenspelen samenstellen samentellen samentrekken samenvallen samenvatten samenvlechten samenvoegen samenwerken samenwonen samenzweren samplen sanctioneren sandwichen saneren sarren sassen sausen sauteren sauzen saven savoureren scanderen scannen schaakspelen schaatsen schadeloosstellen schaden schaduwen schaffen schaften schakelen schaken schalen schallen schamen schampen schamperen scharen scharnieren scharren schateren schaterlachen schatten schaven scheefgroeien scheeftrekken scheiden schelden schelen schellen schenden schenken schepen scheppen scheren schermen scherpen scherpstellen schertsen scherven schetsen scheuren schieten schiften schijnen schijten schikken schilderen schillen schitteren schmieren schminken schobben schoeien schoffelen schofferen schokken scholen schommelen schonen schooien schoolgaan schoollopen schoonhouden schoonmaken schoonvegen schoonwassen schoppen schoren schorsen schorten schouwen schoven schragen schrammen schranken schransen schranzen schrapen schrappen schreeuwen schreien schrijden schrijnen schrijven schrikken schrobben schroeien schroeven schrokken schromen schubben schuddebuiken schudden schuifelen schuilen schuilgaan schuilhouden schuinen schuiven schuren schurken schutten schuwen scoren scouten scrabbelen scratchen screenen scrollen scrubben sealen seconderen seinen seizen seksen sekwestreren selecteren sensibiliseren separeren seponeren sequencen serveren servicen settelen shaken shamponeren shampooën sharen shocken shockeren shoppen shotten showen sidderen sieren signaleren signeren sijpelen simmen simplificeren simuleren sinteren sissen situeren sjacheren sjansen sjezen sjilpen sjirpen sjoelbakken sjoelen sjoemelen sjokken sjorren sjotten sjouwen skateboarden skaten skeeleren skiën skiffen skilopen skimmen skippen skydiven skypen slaan slaapwandelen slabakken slachten slachtofferen slagen slaken slalommen slapen slappen slaven slechten sleden sleeën slenteren slepen sleuren sleutelen slibben slieren slijmen slijpen slijten slikken slingeren slinken slippen slissen sloffen slokken slopen slorpen sloten sloven slowen sluieren sluikstorten sluipen sluiten sluizen slurpen smachten smaden smaken smakken smalen smarten smashen smeden smeken smelten smeren smetten smeulen smiespelen smijten smikkelen smoezen smoken smokkelen smokken smoren smousen smouten smouzen smullen smurfen snaaien snabbelen snacken snakken snappen snauwen sneeuwen sneeuwruimen snellen snellezen snelwandelen sneren snerken snerpen sneukelen sneuvelen sneven snibben snieren sniffen snijden snikken snoeien snoeken snoepen snoeren snoeven snoezelen snokken snookeren snorken snorren snotteren snowboarden snuffelen snuffen snuisteren snuiten snuiven snurken socialiseren socializen soebatten soezen softballen soigneren solderen soleren sollen solliciteren somberen sommeren sonderen soppen sorteren souffleren souperen spaden spammen spanen spannen sparen sparren spartelen spatten specialiseren specificeren speculeren speechen speeddaten speerwerpen spekken spelden spelen spelevaren spellen spenderen spenen sperren speten spetten spetteren speuren spieden spiegelen spieken spieren spietsen spijbelen spijkeren spijten spijzen spillen spinnen spinzen spioneren spitsen spitten splitsen splitten spoeden spoelen spoken sponsen sponsoren sponzen spoorzoeken sporen sporten spotten spouwen sprankelen sprayen spreiden spreken springen sprinten sproeien sprokkelen spruiten spugen spuien spuiten spurten sputteren spuwen squashen staan stabiliseren staffelen stagediven stagen stagneren staken stalen stalken stallen stamelen stammen stampen stampvoeten standaardiseren standhouden stangen stansen stapelen stappen staren starten stationeren statten statussen staven steengrillen steggelen steigeren steken stekken stelen stellen stelpen stemmen stempelen stencilen stenen steppen stereotyperen steriliseren sterken sterven steunen stevenen stichten stickeren stiften stigmatiseren stijfkloppen stijgen stijven stikken stileren stilhouden stilleggen stillen stilliggen stilstaan stilvallen stilzetten stilzitten stilzwijgen stimuleren stinken stippen stipuleren stockeren stoefen stoeien stoelen stoffen stofferen stofzuigen stofzuigeren stoken stokken stollen stomen stompen stoppen stopzetten storen stormen stormlopen storneren storten stoten stotteren stouwen stoven straffen straktrekken stralen stranden streaken streamen strekken strelen stremmen strengen strepen stressen stresseren stretchen streven strijden strijken strikken strippen stroken stromen strompelen strooien stroomlijnen stropen stroppen structureren struikelen struinen stuccen studeren stuffen stuiken stuiptrekken stuiten stuiteren stuiven stukadoren stukbijten stuken stukgaan stukgooien stuklopen stukmaken stukslaan stunten sturen stutten stuwen stylen sublimeren subsidiëren substitueren sudderen suffen suggereren suikeren suilen suizen sukkelen superponeren superviseren suppleren supporteren supprimeren surfen surinamiseren surplacen surveilleren survivallen sussen swaffelen swappen swingen switchen symboliseren sympathiseren synchroniseren synchroonzwemmen syndiceren synthetiseren systematiseren taarten tabellariseren tackelen tafeldekken tafelen tafeltennissen taggen takelen takken talen talmen tampen tamponneren tanden tandenknarsen tandenpoetsen tanen tangen tanken tapen tappen targetten tariferen tarnen tarreren tarten tassen tasten tateren tatoeëren taxeren taxiën teaën teasen tegelen tegemoetkomen tegemoetzien tegengaan tegenhouden tegenkomen tegenlopen tegenoverstellen tegenslaan tegenspreken tegenstaan tegenstemmen tegenstribbelen tegenvallen tegenwerken tegenwerpen tegenzitten teisteren tekeergaan tekenen tekortdoen tekortkomen tekortschieten tekstschrijven telefoneren telen teleurstellen televisiekijken telewerken telexen tellen teloorgaan temen temmen tempen temperaturen temperen tenderen tenietdoen tenietgaan tennissen tenteren tentoonspreiden tentoonstellen terechtbrengen terechtkomen terechtkunnen terechtstaan terechtstellen terechtwijzen teren tergen terneerslaan terroriseren terugbellen terugbetalen terugbezorgen terugblikken terugboeken terugbrengen terugdeinzen terugdenken terugdoen terugdraaien terugdringen terugeisen terugfietsen terugfluiten teruggaan teruggeven teruggrijpen terughalen terughoren terugkaatsen terugkeren terugkijken terugkomen terugkopen terugkoppelen terugkrijgen terugleggen terugleiden terugleveren teruglezen teruglopen terugnemen terugontvangen terugpakken terugplaatsen terugplooien terugreizen terugrijden terugroepen terugschoppen terugschrijven terugschrikken terugschroeven terugslaan terugstorten terugsturen terugtreden terugtrekken terugvallen terugvaren terugvechten terugverdienen terugverlangen terugverwachten terugverwijzen terugvinden terugvliegen terugvoeren terugvorderen terugvragen terugwerken terugwinnen terugzeggen terugzenden terugzetten terugzien testen tetteren teuten tevredenstellen teweegbrengen tewerkstellen thaiboksen theedrinken thematiseren thuisbankieren thuisbezorgen thuisblijven thuisbrengen thuishalen thuishoren thuishouden thuiskomen thuislaten thuisraken thuiswerken thuiszitten tichelen tieren tijdrekken tijgen tikken tillen timen timmeren tinken tintelen tinten tippen tiranniseren titelen tjappen toasten tobben tochten toebedelen toebehoren toebrengen toedekken toedelen toedenken toedichten toedienen toedoen toedraaien toedragen toedrukken toegaan toegeven toegooien toegroeien toehoren toejuichen toekennen toekeren toekijken toekomen toelaten toeleggen toeleven toelichten toelopen toenemen toepassen toepen toereiken toerekenen toeren toeroepen toerusten toeschrijven toeslaan toesnellen toespitsen toespreken toestaan toestappen toesteken toestemmen toestromen toesturen toetakelen toeten toeteren toetreden toetrekken toetsen toeven toevertrouwen toevoegen toewenden toewensen toewerken toewijden toewijzen toezeggen toezenden toezien togen toiletteren tokkelen tokken tolereren tolken tollen tomen toneelspelen tonen tongen tonnen tooien toonzetten toornen toosten toppen torderen torenen tormenteren tornen tornooien torsen tossen totaliseren touwtjespringen touwtrekken toveren traceren trachten trainen traineren trakteren traliën trammen trampolinespringen tranen transcenderen transcriberen transfereren transformeren transpireren transponeren transporteren traplopen trappelen trappen trappenlopen treden treffen treinen treiteren trekken treuren treuzelen triëren triggeren trillen trimmen triomferen trippen trissen troebleren troetelen troeven troggelen trollen trommelen trompen trompetten trompetteren tronen troosten trossen trotseren trouwen trukeren tsjilpen tsjirpen tuffen tuien tuieren tuigen tuinen tuinieren tuiten tukken tunen turen turken turnen turven tussenkomen tussenvoegen tutoyeren tutten tutteren tweaken tweeten twijfelen twijnen twinkelen twisten twitteren typecasten typen typeren uitbaggeren uitbalanceren uitbannen uitbarsten uitbaten uitbazuinen uitbeelden uitbesteden uitbetalen uitbijten uitblazen uitblijven uitblinken uitbloeien uitboeten uitbouwen uitbraken uitbranden uitbreiden uitbreken uitbrengen uitbroeden uitbuiken uitbuiten uitchecken uitdagen uitdelen uitdenken uitdiepen uitdijen uitdoen uitdokteren uitdossen uitdoven uitdraaien uitdragen uitdrijven uitdrukken uitdunnen uiteendrijven uiteengaan uiteenleggen uiteenlopen uiteenrukken uiteenspatten uiteenvallen uiteenzetten uiten uiteten uitfaden uitfaseren uitfilteren uitfrezen uitgaan uitgeven uitgieten uitglijden uitgooien uitgraven uitgroeien uitgummen uithalen uithangen uitharden uithollen uithongeren uithouden uithouwen uithuwelijken uitjouwen uitkafferen uitkammen uitkauwen uitkeren uitkienen uitkiezen uitkijken uitklaren uitkleden uitknijpen uitknippen uitkoken uitkomen uitkrabben uitkramen uitkristalliseren uitlachen uitladen uitlaten uitleggen uitleiden uitlekken uitlenen uitleven uitleveren uitlezen uitlichten uitlijnen uitlogen uitloggen uitlokken uitlopen uitloten uitloven uitmaken uitmeten uitmiddelen uitmonden uitmunten uitnemen uitnodigen uitoefenen uitonderhandelen uitpakken uitpikken uitplanten uitpluizen uitpraten uitprinten uitproberen uitpuilen uitpuren uitputten uitraken uitrazen uitreiken uitrekenen uitrekken uitrichten uitrijzen uitroeien uitroepen uitrollen uitrukken uitrusten uitschakelen uitscheiden uitschelden uitschenken uitschijnen uitschoppen uitschrijven uitschudden uitschuiven uitselecteren uitslaan uitslapen uitsloven uitsluiten uitsparen uitspelen uitspellen uitsplitsen uitspoken uitspreiden uitspreken uitspringen uitspugen uitspuwen uitstaan uitstallen uitstappen uitsteken uitstellen uitsterven uitstijgen uitstippelen uitstoten uitstralen uitstrekken uitstrooien uitsturen uittekenen uittellen uittesten uittorenen uittreden uittrekken uittypen uitvaardigen uitvallen uitvaren uitvechten uitventen uitvergroten uitverkiezen uitverkopen uitvieren uitvinden uitvinken uitvissen uitvliegen uitvoeren uitvogelen uitvragen uitvreten uitwaaien uitwaaieren uitwateren uitweiden uitwerken uitwieden uitwijken uitwijzen uitwisselen uitwissen uitwringen uitwuiven uitzagen uitzenden uitzetten uitzieken uitzien uitzitten uitzoeken uitzoomen uitzwaaien uitzwermen unificeren uniformeren unzippen updaten upgraden uploaden urbaniseren urineren urmen usurperen utiliseren vaccineren vaceren vademen vaderen vagen valideren vallen valoriseren valschermspringen valsspelen vandaliseren vangen varen variëren vastbinden vastdraaien vasten vastgrijpen vasthebben vasthouden vastketenen vastklampen vastklikken vastkoppelen vastleggen vastliggen vastlopen vastmaken vastnemen vastnieten vastpakken vastpinnen vastplakken vastraken vastrijden vastschroeven vaststaan vaststellen vastvriezen vastzetten vastzitten vaten vatten vechten vedelen veesten vegen veilen veiligstellen veinzen velen vellen vendelen venten ventileren veraangenamen verachten verachtvoudigen verademen verafgoden verafschuwen veralgemenen veralgemeniseren veranderen verankeren verantwoorden verarmen verassen verbaliseren verbannen verbazen verbeelden verbeiden verbergen verbeteren verbeurdverklaren verbeuren verbieden verbijsteren verbijten verbijzonderen verbinden verbleken verblijden verblijven verblikken verblinden verblozen verbluffen verboeren verbouwen verbranden verbrassen verbreden verbreiden verbreken verbrijzelen verbrodden verbruien verbruiken verbuigen vercommercialiseren verdagen verdampen verdedigen verdeemoedigen verdelen verdelgen verdenken verdergaan verderzetten verdichten verdienen verdiepen verdietsen verdikken verdisconteren verdoen verdoezelen verdommen verdonkeremanen verdorren verdoven verdraaien verdragen verdrieten verdrijven verdringen verdrinken verdubbelen verduidelijken verduisteren verdunnen verduren verduurzamen verduwen verdwalen verdwijnen veredelen vereenvoudigen vereenzelvigen vereeuwigen vereffenen vereisen veren verenen verengelsen verengen verenigen verenkelen vereren verergeren vererven verevenen verexcuseren verfijnen verfilmen verflensen verfomfaaien verfraaien verfransen verfrissen verfrommelen vergaan vergaderen vergallen vergalopperen vergapen vergaren vergassen vergasten vergelden vergelen vergelijken vergemakkelijken vergen vergeten vergeven vergewissen vergezellen vergieten vergiftigen vergissen vergisten verglijden vergoden vergoeden vergoelijken vergooien vergrendelen vergrijzen vergroenen vergroten vergruizen verguizen vergulden vergunnen verhaasten verhakselen verhalen verhandelen verhangen verharden verheffen verhelderen verhelen verhelpen verheugen verhinderen verhitten verhoeden verhoeren verhogen verhopen verhoren verhouden verhuizen verhullen verhuren verifiëren verijdelen verjagen verjaren verkassen verkazen verkennen verkeren verkiezen verklanken verklappen verklaren verkleden verkleinen verkleuren verklikken verkloeken verkloten verkneukelen verknoeien verknopen verkondigen verkopen verkorten verkrachten verkrijgen verkwanselen verkwisten verladen verlagen verlammen verlangen verlaten verleasen verleggen verleiden verlenen verlengen verleren verletten verlichten verliezen verliggen verlijden verlijmen verlinken verloden verloederen verlonen verloochenen verlopen verlossen verloten verloven verluchten verluiden vermageren vermaken vermalen vermanen vermannen vermarkten vermassacreren vermeerderen vermeien vermelden vermengen vermenigvuldigen vermeten vermijden verminderen verminken vermissen vermoeden vermoeien vermogen vermolmen vermommen vermoorden vermorsen vermurwen vernachelen vernagelen vernederen vernederlandsen vernemen verneuken vernielen vernietigen vernieuwen vernissen vernoemen veronachtzamen veronderstellen verongelukken verontreinigen verontrusten verontschuldigen verontwaardigen veroordelen veroorloven veroorzaken verorberen verordenen verordonneren verouderen veroveren verpachten verpakken verpanden verpersoonlijken verpesten verpieteren verplaatsen verplanten verplegen verpletteren verplichten verpoten verpotten verpozen verpraten verprutsen verraden verramsjen verrassen verrechtvaardigen verreizen verrekenen verrekken verrichten verrijden verrijken verrijzen verrimpelen verroeren verroesten verroken verrollen verrotten verruilen verruimen versagen versassen verschaffen verschalken verschansen verscheiden verschepen verscherpen verscheuren verschieten verschijnen verschillen verschonen verschrikken verschroeien verschroten verschuilen verschuiven versieren versjouwen versjteren verslaan verslapen verslappen verslaven verslechten verslechteren verslensen verslepen versleutelen verslijten verslikken verslinden verslonzen versluizen versmachten versmaden versmallen versmelten versnellen versnijden versnipperen versoepelen verspanen verspelen versperren verspillen verspreiden verspreken verspringen verstaan versteken verstellen versterken verstevigen verstieren verstijven verstikken verstoken verstokken verstommen verstoppen verstoren verstoten verstouwen verstrekken verstrijken verstrooien verstuiken verstuiven versturen versuffen vertakken vertalen vertegenwoordigen vertekenen vertellen verteren vertikken vertinnen vertoeven vertolken vertonen vertragen vertrappelen vertrappen vertrekken vertroetelen vertrouwen veruitwendigen vervaardigen vervagen vervalen vervallen vervalsen vervangen vervatten verveelvoudigen vervelen vervellen verven verversen vervetten vervlaamsen vervlechten vervloeken vervoegen vervoeren vervolgen vervolledigen vervolmaken vervormen vervreemden vervriezen vervroegen vervuilen vervullen verwaarlozen verwachten verwarmen verwarren verwassen verwateren verwedden verweken verwekken verwelken verwelkomen verwennen verwensen verweren verwerken verwerpen verwerven verwesteren verweven verwezen verwezenlijken verwijden verwijderen verwijlen verwijten verwijzen verwikkelen verwisselen verwittigen verwoesten verwonden verwonderen verwoorden verworden verwringen verzachten verzagen verzaken verzakken verzamelen verzanden verzegelen verzeggen verzeilen verzekeren verzenden verzengen verzetten verzieken verzien verzilveren verzinken verzinnen verzitten verzoeken verzoenen verzorgen verzuchten verzuimen verzuren verzwakken verzwaren verzwelgen verzweren verzwijgen verzwikken vesten vestigen veteren vetmesten vetoën vetten vexeren vezelen vieren vierendelen vierkanten vigeren vijlen vijzen villen vinden vingeren vinken vioolspelen virtualiseren viseren visiteren vissen visualiseren vitten vlaggen vlakken vlammen vlassen vlechten vleien vlekken vlieden vliegen vliegeren vlieten vlijen vloeien vloeken vloeren vlokken vlooien vlotten vluchten voeden voederen voegen voelen voeren voetballen voetjevrijen vogelen volbrengen voldoen volgen volhangen volharden volhouden volksdansen volladen vollen volleyballen volleyen vollopen volmaken volproppen volschenken volschrijven volstaan volstorten volstouwen voltanken voltooien voltrekken vomeren vonkelen vonken vonnissen voorafgaan voorbehouden voorbereiden voorbespreken voorbijfietsen voorbijflitsen voorbijgaan voorbijkomen voorbijlopen voorbijpraten voorbijrazen voorbijrijden voorbijschieten voorbijsteken voorbijstreven voorbijtrekken voorbijvaren voorbijvliegen voorblijven voorbrengen voordoen voordragen voorfinancieren voorgaan voorhebben voorhouden voorkauwen voorkomen voorleggen voorleiden voorleven voorlezen voorlichten voorliegen voorliggen voorlopen voornemen vooronderstellen vooroplopen vooropstaan vooroverbuigen voorrijden voorschieten voorschotelen voorschrijven voorspelen voorspellen voorstaan voorsteken voorstellen voorstemmen voortbewegen voortborduren voortbouwen voortbrengen voortdoen voortduren voortellen voortgaan voorthelpen voortkomen voortleven voortplanten voortrekken voortschrijden voortspruiten voortstuwen voorttrekken voortvertellen voortvloeien voortwerken voortzetten vooruitbetalen vooruitblikken vooruitdenken vooruitgaan vooruithelpen vooruitkijken vooruitkomen vooruitlopen vooruitrijden vooruitschuiven vooruitsnellen vooruitzien voorvallen voorverwarmen voorwenden voorwerpen voorzeggen voorzetten voorzien voorzitten vorderen vormen vormgeven vorsen vossen vousvoyeren vouwen vozen vragen vreemdgaan vreten vrezen vriesdrogen vriezen vrijen vrijgeven vrijhouden vrijkomen vrijlaten vrijmaken vrijpleiten vrijspelen vrijspreken vrijstaan vrijstellen vrijwaren vuilbekken vuilmaken vulkaniseren vullen vuren vutten waaien waarborgen waarderen waarmaken waarnemen waarschuwen wachten wachtlopen waden wadlopen wagen waggelen waken walen walken wallen walmen walsen wammen wandelen wanen wankelen wannen wanten wantrouwen wapenen wapperen waren warmdraaien warmen warmlopen warren wasemen wassen wateren waterfietsen watergolven waterpoloën waterskiën watertanden watertrappelen watertrappen watteren wauwelen waven waxen wecken wedden wederkeren wedervaren wederzien wedijveren weergeven weerhouden weerkaatsen weerkeren weerklinken weerleggen weerlichten weerspiegelen weerspreken weerstaan weerstreven weervinden weerzien wegbergen wegblijven wegbrengen wegdeemsteren wegdenken wegdoen wegdragen wegdromen wegduwen wegebben wegen wegfietsen wegfilteren weggaan weggeven wegglijden wegglippen weggooien weggrissen weghalen weghouden wegjagen wegkapen wegkappen wegkijken wegkomen wegkwijnen weglaten wegleggen wegleiden weglezen weglopen wegnemen wegraken wegrennen wegrijden wegrukken wegschenken wegslepen wegsluizen wegsmijten wegspoelen wegsteken wegstoppen wegsturen wegtrekken wegvagen wegvallen wegvegen wegvliegen wegvluchten wegwaaien wegwerken wegwerpen wegwezen wegwuiven wegzakken wegzappen wegzenden wegzetten weiden weifelen weigeren weken wekken weldoen welken wellen welvaren welven wemelen wenden wenen wenken wennen wensen wentelen weren werken werpen wervelen werven westelijken weten wetten weven wezen whatsappen wiebelen wieberen wieden wiegelen wiegen wieken wielen wielrennen wiiën wijden wijken wijlen wijsmaken wijten wijzen wijzigen wikkelen wikken wildbreien wildkamperen wildplassen wildwaterkanoën wildwatervaren willen winden windsurfen winkelen winnen winteren wippen wisselen wissen witten witwassen woeden woekeren woelen wokken wolven wonden wonderen wonen worden worgen worstelen wortelen wraken wrappen wreken wriemelen wriggelen wrijven wrikken wringen wrochten wroeten wrokken wuiven wurgen wurmen yahtzeeën yellen zaaien zabbelen zabberen zagen zakendoen zakken zakkenrollen zaklopen zaligen zalven zamelen zanden zandstralen zaniken zanten zappen zeefdrukken zegelen zegenen zegevieren zeggen zeiken zeilen zekeren zemelen zemen zenden zengen zepen zetelen zetten zeulen zeuren zeven zeveren zichten zieden zieken zien ziften zigzaggen zijgen zijn zijpelen zinderen zingen zinken zinnen zinspelen zippen zitten zoeken zoekraken zoemen zoenen zoeten zoeven zogen zolderen zolen zomen zomeren zoneren zonnebaden zonnen zooien zoomen zorgen zouten zuchten zuigen zuipen zuiveren zullen zuren zwaaien zwaardvechten zwalken zwalpen zwammen zwanzen zwarten zwartepieten zwartkijken zwartmaken zwartrijden zwartwerken zwavelen zweefvliegen zwelen zwelgen zwellen zwemen zwemmen zwenken zwepen zweren zwermen zwerven zweten zwetsen zweven zwichten zwiepen zwieren zwijgen zwijmelen zwijnen zwoegen